11 stappen naar rust

december 4, 2007

Word je gestrest van de rotzooi in huis? Kun je vaak dingen niet terugvinden? Met het Actieplan Opruimen maak je in 11 stappen een eind aan de chaos.

In 11 stappen kan je je huis organiseren. Een paar tips vooraf: Begin met één ruimte, zo hou je de moed erin. Zorg van tevoren dat je genoeg vuilniszakken bij de hand hebt. Zoek ook het telefoonnummer op van de dichtstbijzijnde kringloopwinkel. Zo kun je meteen bellen en checken of je overtollige huisraad daar welkom is. Succes!

Actieplan Opruimen
1. Sorteren 
Sorteer alle spullen. Maak drie categorieën: Houden, Twijfel, Mag weg.
 

 2. Weggooien
Gooi overbodige dingen weg, breng ze naar de kringloopwinkel of organiseer een ‘uitverkoop’. 
 

3. Bij twijfel…wel doen!
Beslis binnen een week over de categorie Twijfel. Wees rigoureus. Alles wat je twee jaar of langer niet hebt gebruikt of gedragen, kan weg, tenzij het een belangrijk aandenken is. Beperk jezelf bij dit soort nostalgische spullen door speciaal hiervoor één mooie doos klaar te zetten.  
 

4. Soort bij soort 
Berg gelijksoortige spullen bij elkaar op, het liefst daar waar je ze nodig hebt.
 

5. Wat mag gezien worden?
Gebruik open bergruimte voor spullen die gezien mogen worden.
 

6. Shoppen!  
Koop dozen en opruimbakken in verschillende kleuren. Bijvoorbeeld rode dozen voor de kerstspullen en zwarte voor de foto’s. Als je voor dezelfde soort dozen kiest, blijft het geheel rustig.
 

7. Plakken
Plak overal etiketten of stickers op.

8. Waar moet wat?
Bewaar voorwerpen die je vaak gebruikt op ooghoogte of iets lager; zware voorwerpen of spullen die minder vaak nodig zijn op heuphoogte en spullen die je weinig gebruikt op een hoge plek, achterin de opslagruimte of onder het bed. \n
 

9. Maak een systeem
Maak een lijst van alle opgeslagen spullen. Heb je veel verschillende spullen in dozen, geef dan elke doos een code. Maak een codelijst en schrijf achter elke code wat er in de doos is opgeborgen. Zo kun je alles makkelijk terugvinden.\n
 

10. Voorkom herhaling
Laat vanaf nu zo min mogelijk rondslingeren. Ruim alles direct weer op nadat je het gebruikt hebt.
 

11. Hou het in de gaten
Herhaal dit actieplan regelmatig en vermijd achterstanden.

Acht ongezonde factoren:

1 Schimmels (een probleem bij 17% van de huizen) Schimmels zijn gek op vocht. Kun je niet goed ventileren, dan stijgt de luchtvochtigheid en dus de kans op schimmels.

2 Huisstofmijt (80%) In de meeste woningen komen de mijten meer voor dan strikt genomen goed is. Huisstofmijt verergert astmatische klachten en kan eczeem veroorzaken.

3 Verbrandingsgassen (90%) Het gaat hierbij om onder andere stikstofdioxide dat vooral vrijkomt bij afvoerloze geisers, maar ook bij gasstellen, fornuizen, niet-gesloten cv-ketels en gaskachels.

4 Formaldehyde (10%) Een gas dat onder meer vrijkomt uit spaanplaat, waarmee bijvoorbeeld zolderruimtes zijn afgetimmerd of meubilair is gebouwd (kijk voor alternatieve materialen op www. viba-expo.nl ).

5 Radon (100%) Dit natuurlijke gas stijgt op uit de grond (en komt in oude huizen vooral via de kruipruimte naar binnen) en uit bouwmaterialen als beton, cement en baksteen. Het is na het roken van sigaretten de tweede oorzaak voor longkanker. Huizen in houtskeletbouw hebben het minste last van radon.

6 Tocht (18%) Een beetje tocht kan geen kwaad, maar wat echt hinderlijk is, werkt niet bevorderlijk voor je gezondheid.

7 Licht (15%) Te weinig licht maakt aantoonbaar minder opgewekt.

8 Zwevende deeltjes en vluchtige, organische stoffen (100%) Deze zitten bijvoorbeeld in verf, kunststoffen, drukinkt, tabaks- en kaarsenrook.

Stap- voor- stap je huis door

De woonkamer

  • Isoleer de vloer goed; het helpt niet alleen tegen koude voeten, je voorkomt er ook huisstofmijt mee.
  • Dicht kieren in de vloer om vocht en radon uit de kruipruimte tegen te houden.
  • Kies wand- of vloerverwarming; heel effectief en het voelt behaaglijk aan.
  • Ventileer goed, continu en onder alle omstandigheden: zomer, winter, bij veel bezoek en ook als je niet thuis bent (veiligheidstips lees je verderop in dit dossier).
  • Let op dat in meubilair zo min mogelijk spaanplaat is verwerkt en gebruik de open haard niet té vaak.

De keuken

  • Bij koken komt verbrandingsgas en veel vocht vrij. Zorg voor een afzuigsysteem boven of in het fornuis. Zet dat in de hoogste stand, ook ná het koken nog even. Zet daarnaast een raam of rooster open; de afzuiging werkt alleen optimaal in combinatie met voldoende luchtaanvoer.
  • Kook met weinig water; zo beperk je de vochtproductie en behoud je zo veel mogelijk vitamines.
  • Bij vormen van elektrisch koken

komen geen verbrandingsgassen vrij.

  • Een afvoerloze geiser vraagt om extra ventilatie. Een boiler of combiketel is in ieder geval beter dan een geiser.
  • In sommige huizen zitten nog loden waterleidingen, laat deze vervangen door koperen leidingen (warm water) of kunststof slangen (koud water). Moet dat nog gebeuren? Laat drink- of kookwater eerst een paar minuten stromen als je langer dan een uur geen water hebt afgetapt.

De badkamer

Vocht veroorzaakt schimmelvorming; sommige van deze schimmels zijn schadelijk voor onze gezondheid. Zo voorkom je ze:

  • Zorg voor goede ventilatie; aanvoer van lucht via raam, rooster of spleet onder de deur en afvoer via luchtafvoerkanaal of mechanische afzuiging.
  • Gebruik het liefst een kanaalventilator met een lange nadraaitijd (2 uur).
  • Overdrijf het ventileren niet (te koud) en verwarm de ruimte, liefst met vloerverwarming.
  • Laat ook na het douchen de ventilatie en de verwarming nog even aan.
  • Neem na het douchen de natte muurtegels af met een trekker.

Nog meer tips

* Zorg voor een goede doorstroommogelijkheid van lucht van de woonkamer naar een afzuigpunt in de keuken. Dit kan door kieren onder de binnendeur.

* Stel het tapwater van een boiler of een geiser niet lager in dan

* Zorg voor een goede doorstroommogelijkheid van lucht van de woonkamer naar een afzuigpunt in de keuken. Dit kan door kieren onder de binnendeur.

Ventileren

De slaapkamer

  • Ventileer je slaapkamer en zet ramen en deuren regelmatig even tegen elkaar open, bijvoorbeeld tijdens het opmaken van je bed en tijdens het stofzuigen.
  • Laat de slaapkamer niet té veel afkoelen; dit verhoogt de kans op te veel vocht.
  • Hou de kamer droog; dit vermindert de kans op mijten en schimmels.
  • Heb je een afzuiginstallatie? Laat die dan ook ’s nachts aan staan.
  • Hou de ruimte onder je bed vrij en lucht je matras liefst wekelijks.
  • De slaapkamer regelmatig stofzuigen is geen overbodige luxe. Stofzuig de matras ook eens goed; liefst buiten.
  • Zet apparaten die stroom verbruiken op minstens één meter afstand van je hoofd.
  • Ventileer de zolderruimte continu en ’s zomers extra goed. Zeker als de wanden zijn afgetimmerd met spaanplaat

Welke ramen moeten open?

Woonkamer Een bovenlicht halfopen of twee ventilatieroosters open.

Slaapkamer Overdag een bovenlicht continu een centimeter open, een rooster open of een raam twintig minuten open. ’s Nachts een boven-licht continu halfopen of twee roosters open.

Keuken Bij het koken een bovenlicht of raam open. Na het koken het bovenlicht een paar uur open, het raam vijf minuten.

Badkamer Bij het douchen of baden een raam op een kier, bovenlicht of rooster open. Daarna ventileren (toe- en afvoer) zonder te veel afkoeling.

In het algemeen geldt: hoe minder wind, hoe verder het raam open.

Mechanisch ventileren

Heb je een mechanisch ventilatie-systeem, gebruik dit dan goed. Veel mensen kiezen een te lage stand omdat een hogere stand geluidshinder geeft. Op die manier heeft het systeem geen zin! Over het algemeen geldt: stand 1 bij afwezigheid; stand 2 bij aanwezigheid; stand 3 bij bezoek, roken, koken en douchen. Geluidshinder is overigens niet nodig; vraag de vakman om advies. Laat deze om de drie jaar de motor en iedere vijf jaar de ventilator schoonmaken en iedere zes jaar de kanalen controleren.

Nieuw huis bekijken?

* Kruipruimte: is deze droog en geventileerd?

* Is de vloer op de begane grondgeïsoleerd en afgedicht?

* Is er een goed werkend ventilatiesysteem? Let op mogelijkheden om te luchten en te ventileren.

* Welk type verwarming is er? Kies bij voorkeur wand- of vloerverwarming óf radiatoren-verwarming. Mijd convectoren.

* Staan de bronnen voor verwarming en warm tapwater (cv-ketel, geiser) in een goed geventileerde ruimte? Op voldoende afstand van de verblijfsruimten? Met een eigen afvoerkanaal naar buiten?

* Is het huis gehorig? Is er voldoende geluidsisolatie?

* Komt er genoeg daglicht naar binnen?

* Rondom het huis: is de grond schoon? Vraag eventueel om een \’Schone Grond Verklaring\’.

* Staat het huis verder dan 200 meter van een hoogspannings-mast, UMTS-mast of drukke verkeersweg?